Werken met kostensoorten in SnelStart 12

Vanaf inZicht kun je gebruik maken van kostensoorten. In dit artikel vind je hierover meer informatie.

Door het gebruik van kostensoorten kun je vaste of variabele extra kosten op je factuur in rekening brengen. Denk bijvoorbeeld aan verzendkosten, transportkosten of telefoonkosten. De kosten die je in rekening brengt vallen niet onder een eventuele factuurkorting die je voor je klant berekent. Kostensoorten stel je in per verkoopsjabloon. Per sjabloon kun je twee verschillende kostensoorten gebruiken. Bij het maken van de factuur worden automatisch de kosten in rekening gebracht die je hebt ingesteld in het verkoopsjabloon.

1. Instellen van kostensoorten

Kostensoorten worden veel gebruikt voor het toevoegen van verzendkosten aan de factuur.

Ga naar Facturen → Verkoopsjablonen. Kies het juiste verkoopsjabloon waaraan je de verzendkosten wilt toevoegen. Ga naar het kader of tabblad Kostensoort 1 en/of Kostensoort. Zet een vinkje bij Geactiveerd om de kostensoort te gebruiken op de factuur. Vul een Omschrijving in, bijvoorbeeld: Verzendkosten. In het veld Standaard bedrag kun je een bedrag invullen dat altijd wordt gebruikt (optioneel). Bij Omzetrekening Nederland vul je de juiste omzetgrootboekrekening* in. Omzetrekeningen voor buitenlandse klanten is alleen nodig indien je factureert naar het buitenland, klik tot slot op Opslaan.

SF000001260_afbeelding_001


Als het nodig is, herhaal je deze stappen voor de tweede kostensoort.

*) De keuze voor omzetgrootboekrekening is afhankelijk van je rekeningschema en het te berekenen btw-tarief. Verkoop je artikelen onder het hoge btw-tarief, dan vallen ook de verzendkosten onder het hoge btw-tarief en kies je een omzetrekening met functie 12.

2. Kostensoort in de opmaak zetten

  1. Kies het juiste Verkoopsjabloon → Opmaak wijzigen
  2. In het gereedschapsvenster kies je voor Hoofdvelden
  3. In de lijst vind je de juiste velden om te plaatsen in de voet van de factuur
  4. Voor Kostensoort 1 gebruik je: fldKostenOmschrijvingA (= Omschrijving) en fldKostenExBtwA (= Bedrag)
  5. Voor Kostensoort 2 gebruik je: fldKostenOmschrijvingB (= Omschrijving) en fldKostenExBtwB (= Bedrag)
  6. Sleep het juiste veld door met de linkermuis te klikken en vast te houden tijdens het plaatsen op de juiste plek en kies voor Opslaan.

Als je kosten toepast in een bestaand verkoopsjabloon dan moet je vervolgens de velden in de voet van je opmaak plaatsen, om de omschrijving en het bedrag zichtbaar te maken in de factuur. 
Het bedrag van de kostensoort, wordt automatisch bij het totaal opgeteld.

  1. Als je gebruik maakt van de SnelStart basisopmaak, dan worden de kosten automatisch op je factuur weergegeven.
  2. In het verkoopvenster kun je in het tabblad Financieel het bedrag van de kostensoorten invullen tijdens het maken van de factuur. Als je een standaardbedrag hebt ingevuld kun je het daar ook wijzigen.


    Meer weten over dit onderwerp?
    Klik hier om terug te gaan naar alles over verkopen, of lees hier de veelgestelde vragen.